Bretagne

Plaatsen > Bretagne

Als schiereiland heeft Bretagne drie kusten en een landgrens die in het noorden begint bij Mont Saint-Michel, dat langdurig de twistappel was tussen de hertogdommen Normandiëen Bretagne. Hier ligt een schilderachtig niemandsland – een met verraderlijke zandgronden gevulde baai die het grootste getijverschil van heel Europa kent: tot 14 m kan het water bij de Grandes Marées stijgen en dalen.

Ruim 1.700 kilometer kust van Cancale tot de Golfe du Morbihan met grote stranden met fijn zand, kreken, ruige rotsen, kleine visserhavens, eilandjes en mooie havens met granieten huizen. Bretagne, waar de wegen naar de bossen met legendes leiden, kastelen, kleine karakteristieke dorpjes, kapelletjes en menhirs, de dolmens in Carnac.

Behalve de natuurverschijnselen is ook de cultuur ruim vertegenwoordigd in deze regio. In Bretagne zijn namelijk nog talrijke sporen te vinden van de Keltische cultuur. Een minderheid van de bevolking van Bretagne spreekt Bretons, een Keltische taal die vanuit de Britse eilanden is overgestoken naar het vasteland. Verder tref je nog vele prehistorische megalieten aan, onder andere in Carnac.

Mont St-Michel, vaak nog tot Bretagne gerekend, behoort sinds 933 toe aan Normandië, maar zijn silhouet aan de horizon is nog tot in de Bretonse stad Cancale en de Pointe du Grouin te zien.Daar begint het rotsachtige Bretagne met zijn kapen, steile kusten, eilanden en riffen, maar ook met zijn trechtervormige mondingen die op de abers, de verzonken dalen uit de oertijd lijken, maar door rivieren zijn uitgesleten. Vaak monden ze uit op één punt binnen het bereik van het getij.

In de Rance, de belangrijkste onder deze rivieren, maakt men sinds 1966 gebruik van de getijstroom in een ‘door zee gestuwde krachtcentrale’ – een stuwdam waarin de turbines nu eens in de ene richting, dan weer in de andere draaien.

Ook andere – vaak ronduit onbeduidende – rivieren dan de Rance hebben trechtervormige mondingen uitgesleten, en overal waar het voor schepen aan het uiterste bereik van de vloed maar enigszins geschikt was, zijn haven- en handelssteden verrezen die evenzeer gericht zijn op het binnenland als de zee: St-Brieuc, Lezardrieux, Tréguier, Lannion en Morlaix.

Andere havensteden hebben zich vooral op de zee gericht, met name op de verre gebieden van de Atlantische en Stille Oceaan. St-Malo teert nog steeds op de roem van zijn ontdekkingsreizigers en zeerovers. Het tegenwoordig als ‘groots’ bestempelde tijdperk van visserij in de wateren van IJsland en Newfoundland, was daar in feite – net als in Paimpol, Ploubazlanek en andere kleinere Plaatsen – een periode van ellende en slavernij, die door rederijen en kapiteins werd veroorzaakt. Zelfs elfjarigen werden gedwongen aan boord te gaan van schepen die koers zetten naar de Noordelijke IJszee.

In het verlengde van de Côtes d’Armor ligt een zeer onherbergzame kust: Finistère, begin en einde van Bretagne. Een bizarre, woeste, kleurrijke kustlijn van meer dan 1000 kilometer kenmerkt Bretagne. Wind en zee hebben hier gezorgd voor een uniek natuurspektakel. Onzeker varen hier de zeelieden uit alle landen van de wijde oceaan tussen het Britse Lands End en het door vuurtorens omringde Île d’Ouessant naar de zee-engte van Het Kanaal. Finistère, de kop van Bretagne, heeft het allemaal: indrukwekkende rotspieken en halvemaanvormige zandstranden; steile kapen met huizen die ankers nodig hebben om te kunnen blijven staan; stille, smalle baaien waar zelden een zuchtje wind de vijgen en klimrozen in beroering brengt; door wind en golven uitgesleten rotspoorten en grotten; en heuvels die een werkelijk prachtig uitzicht op dit geheel bieden.
Twee uitlopers in zee, de Cap Sizun met de Pointe du Raz en het Pays bigouden met de Pointe de Penmarc’h, vormen de overgang naar het zuiden. Hier ligt een heel ander Armorica, met een bijna mediterraan klimaat.
Armor, een door zee gevormd landschap, omgeeft Argoat, het grote en veel minder bekende bosrijke binnenland.

Klimaat
De helft van alle winkels is gedurende tien maanden gesloten. Dat is echter geen teken van een onherbergzaam klimaat, maar eerder het gevolg van starre vakantieregels die door de overheid zijn ingesteld. De centralistische overheid stuurt haar burgers – afgezien van de voorjaarsvakantie – allemaal tegelijk met vakantie, tussen 10 juli en 20 augustus. Daarvóór en daarna – april, mei, juni, en tot eind oktober – is Bretagne een waar paradijs voor vakantiegangers. Vrijwel geen enkel hotel is dan volgeboekt en vakantiehuizen hebt u voor het uitzoeken tegen gunstige prijzen. Ja, en waarom zou u niet eens een keer ‘s winters de middeleeuwse steden bezoeken om tijdens lange wandelingen de gezonde lucht op te snuiven en u daarna te goed te doen aan oesters en kreeft? De snelweg en de TGV hebben Bretagne steeds beter bereikbaar gemaakt, met alleen Parijs als tussenstop.

Eten
Een plateau de fruits de mer – een op wier en ijs opgehoopte berg oesters, mosselen, gekookte zeeslakken, langoustines en krabben – dat is de overal geserveerde, smakelijke schotel die uit de zee rond Bretagne werd geoogst. Bovendien zijn er vers gevangen vis, zeekreeften en langoesten die de vorige dag nog in de fuiken rondkropen. De Bretonse kookkunst is vooral bijzonder door de versheid van haar ingrediënten. Dat geldt ook voor het kruidige vlees van de op de zilte weiden grazende lammeren (agneau pré-salé), voor de vrij rondlopende kippen en loopeenden van Nantes, voor de boter en melk van de vette koeien en niet in de laatste plaats voor de groente en het fruit uit Léon. Van een geheel eigen Bretonse keuken is eigenlijk geen sprake, afgezien van de creaties van de beste chef-koks, die met de aroma’s van armor en argoat – wier- of schaaldiersappen – jongleren en de lokale gerechten een exotisch tintje geven.

Belangrijke steden in Bretagne

Steden met kunst en cultuur: de vestingstad St-Malo, de middeleeuwse stad Dinan, de hoofdstad van Bretagne Rennes en Quimper, de historische stad van ‘La Cornouaille’.

In tegenstelling tot Normandiëmet zijn rustieke gebieden, is in Bretagne overal de invloed van de zee merkbaar, zelfs in het binnenland waar vlaktes vol goudgele brem en beboste heuvels elkaar afwisselen. Noemswaardig is het Bos van Brocéliande – inspiratie voor diverse keltische legenden: King Arthur, Tovenaar Merlijn en de ridders van de Ronde Tafel.
Meer naar het westen, waar de zeewind vrij spel heeft, is de bodem van graniet: de bouwstof der Bretonse kerken. Typische uitingen van de volkskunst zijn de calvaires (kruisigingsgroepen), waarvan die van Tronoën als oudste, en die van Guimiliau (met 200 figuren) en van Plougastel-Daoulas en Pleyben als bekendste vermeld moeten worden. Deze kunstwerken met hun plechtige heiligen getuigen van de vroomheid en de diepe, Keltische melancholie van de Bretons.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *