Volkslied Frankrijk: de Marseillaise

Het Franse volkslied is de “Marseillaise”.

De “Marseillaise” ontstond aan het eind van de 18e eeuw. Claude Joseph Rouget de Lisle, kapitein van de genietroepen, schreef in de nacht van 24 op 25 april 1792 tekst en Melodie van de “Marseillaise”. Toen het geschreven werd heette het lied nog “Chant de guerre pour l’armée du Rhin” (Ned.: “Krijgslied van het Rijnleger”).

De bijnaam “Marseillaise” kreeg het Lied pas drie jaar later, doordat uit Marseille komende soldaten het lied het eerst meebrachten naar Parijs. Op 15 juli 1795 werd de “Marseillaise” officieel tot het Frans Volkslied uitgeroepen.

Met de bewerking en orkestratie van A. Thomas uit 1887 kreeg het stuk de huidig vorm zoals wij het kennen.

1   Allons enfants de La Patrie,
Le jour de gloire est arrivé!
Contre nous La tyrannie,
L’étendard sanglant est levé,
Entendez vous dans les campagnes
Mugir Ces féroces soldats?
ils viennent jusque dans vos bras
Egorger vos fils, vos compagnes.

Ingerukt, kinderen van het vaderland
De dag van de overwinning is aangebroken
Tegen ons de tirannieën
De bloederige vaandel is gehesen
Luistert in onze velden
naar het loeien van deze vreselijke soldaten
Ze komen in onze armen
om onze zonen en echtgenoten te kelen

Refrein   Aux armes citoyens,
Formez vos bataillons.
Marchons! Marchons!
Qu’un sang impur
Abreuve nos sillons

Aan de wapenen, burgers
Vormt uw bataljons
Marcheert, marcheert,
Zodat het onreine bloed
onze groeves doordrenkt

2   Que veut cette horde d’esclaves
De traîtres, de rois conjurés?
Pour qui ces ignobles entraves
Ces fers dès longtemps préparés
Ces fers dès longtemps préparés
Français, pour nous, Ah quel outrage
Quel transport il doit exciter!
C’est nous qu’on ose méditer
De rendre à l’antique esclavage

Wat wil deze horde slaven bestaande uit
verraders en samenzwerende koningen.
Voor wie zijn deze walgelijke belemmeringen,
deze ijzers die langgeleden zijn gemaakt
Fransen, voor ons, ah! Wat een schennis
Welke middelen moet men uitoefenen
Wij zijn het die het durven te overwegen
om de oude slavernij terug te brengen.

3   Quoi! Des cohortes étrangères
Feraient la loi dans nos foyers!
Quoi! Ces phalanges mercenaires
Terrasseraient nos fiers guerriers.
Terrasseraient nos fiers guerriers.
Grand Dieu! Par des mains enchaînées
Nos fronts, sous le joug, se ploieraient.
De vils despotes deviendraient
Les maîtres de nos destinées

Wat! Deze buitenlandse groepen
zullen de dienst gaan uitmaken in ons land.
Wat! deze bedreigende huurlingen
zullen onze krijgshaftige zonen teneerslaan.
Grote God, door de geketende handen zullen
onze voorhoofden onder het juk buigen.
De verdorven despoten zullen
de meesters van het lot worden

4   Tremblez tyrans, et vous perfides
L’opprobe de tous les partis.
Tremblez, vos projets parricides
Vont enfin recevoir leur prix!
Vont enfin recevoir leur prix!

Tout est soldat pour vous combattre.
S’ils tombent nos jeunes héros,
La terre en produit de nouveaux
Contre vous, tous prêts à se battre

Beeft, tiranen en verraders
De schande van alle partijen
Beeft, uw vadermoordelijke projecten
zullen uiteindelijk hun prijs ontvangen.

Alles wat tegen u vecht zijn soldaten
Als ze vallen, onze jonge helden
Frankrijk brengt nieuwen voort
Tegen u zijn ze allen klaar om te vechten.

5   Français en guerriers magnanimes
Portez ou retenez vos coups.
Épargnez ces tristes victimes
A regrets s’armant contre nous!
A regrets s’armant contre nous!
Mais ce despote sanguinaire
Mais les complices de Bouillé
Tous les tigres qui sans pitié
Déchirent le sein de leur mère!

Fransen, grootmoedige strijders
Draag of weerhoud uw slagen
Spaar deze trieste slachtoffers
Met tegenzin vechten ze tegen ons
Maar deze bloedige despoten
Maar deze medeplichtigen uit Bouillé
Al deze tijgers die zonder medelijden
de borsten van hun moeder hebben verscheurd.

6   Nous entrerons dans la carrière
Quand nos aînés n’y seront plus
Nous y trouverons leur poussière
Et la trace de leur vertus!
Et la trace de leur vertus!
Bien moins jaloux de leur survivre
Que de partager leur cercueil.
Nous aurons le sublime orgueil
De les venger ou de les suivre

We zullen de kuil betreden
wanneer onze ouders er niet meer zullen zijn.
Wij zullen er hun stof vinden
en het spoor van hun deugden.
Veel minder jaloers om hun te overleven
dan hun doodskist te delen.
We zullen de sublieme trots hebben
van hun te wreken of hun tevolgen.

7   Amour Sacré de la Patrie
Conduis, soutiens nos braves vengeurs.
Liberté, Liberté chérie
Combats avec tes défenseurs
Combats avec tes défenseurs
Sous nos drapeaux, que la victoire
Accoure à tes mâles accents
Que tes ennemis expirants
Voient ton triomphe et nous, notre gloire

De heilige liefde voor het vaderland stuurt,
ondersteunt onze wrekende armen.
Vrijheid, geliefde vrijheid
Vecht met je beschermers
Laat de vrijheid toesnellen
naar je mannelijke tonen onder je vlaggen.
Zodat de gestorven vijanden
je triomf en onze glorie zullen zien!

De Franse Componist etienne Nicolas Méhul oogstte in 1793 met zijn patriottistisch stuk “Chant du départ” (“Afscheidsgezang”) veel succes. Het Lied, dat op bijna elke staatsceremonie gespeeld werd, werd als “Tweede Marseillaise” bekend.

Pagina met bijdragen van Leonard Muller.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *